Google Classroom
GeoGebraGeoGebra Klaslokaal

Chladni patronen

Bestrooi een oppervlak met een fijn poeder en breng het in trilling. Afhandelijk van de toonhoogte ontstaan patronen. Ze worden genoemd naar Ernst Chladni (1756 - 1827) die deze patronen ontdekte en bestudeerde. Het poeder trilt weg van de de plaatsen waar het oppervlak beweegt (buiken) en hoopt zich op die plaatsen op waar het oppervlak niet beweegt (knopen). In onderstaand applet kan je met de schuifknoppen a en b de toonhoogte veranderen. De witte lijnen in de twee vensters zijn de knooplijnen. In het 3D venster zie je hoe het oppervlak trilt tussen deze lijnen. Met de actieknoppen kan de golfbeweging tonen en de bijhorende toonhoogte horen. Op YouTube vind je heel wat filmpjes van experimenten met Chladni patronen

toonhoogten

De parameters a en b bepalen de frequentieverhouding t.o.v. een referentietoon c (do) van 261,6 Hz. Je hoort de toon die overeenkomt met de sinusfunctie f(x) = sin(a / b 523.25 π x).
abtoonfrequentie (Hz)
11do261,6
98re294,3
54mi327
43fa348,8
32sol392,4
53la436
158si490,5
21do523,3

oppervlak

Het golvende oppervlak werd gedefinieerd met de functie opp(x,y)= 1 / 10 sin(π t) (cos(a π x) cos(b π y) - cos(b π x) cos(a π y)). De parameters a en b bepalen de periode van de functie opp volgens de x- en de y-as. Verander je a of b, dan veranderen de knopen en ontstaan nieuwe patronen.
Het applet is een vertaling van het Duitse origineel door Georg Wengler.