dieren

Bij de dieren is een heel andere Zeising aan het woord. Hoewel, volgens zijn titel, de gulden snede een morfologische basiswet is die de hele natuur en kunst doordringt, illustreert hij het voorkomen van de gulden snede enkel bij paard en koe, twee gedomesticeerde dieren, en dat is geen toeval.
Image

Een Hegeliaans jasje

Dat Zeising 'zijn' verhouding zich vooral terugvindt bij gedomesticeerde dieren is geen toeval. 'Beestachtigheid' vind hij vooral terug in wilde dieren. Daarvoor steekt Zeising zijn uitleg in een Hegeliaans jasje. Hij schrijft: "Veel krachtiger en extravaganter – ten koste van de eenheid – is de drang naar vrijheid die zich heeft ontwikkeld bij dieren met klauwen: de roofdieren en knaagdieren. In dit stadium bereikt de ongebreidelde vrijheidsdrang, om zo te zeggen, zijn meest extreme uiting; juist op dit gebied treffen we dan ook de meest buitensporige en buitenproportionele vormen aan, waarin de meest uitgesproken beestachtigheid tot uitdrukking komt. Wil de Idee dus werkelijk worden verwezenlijkt, en in concrete details tot verschijning komen, dan moet de mens het streven en de worsteling van de natuur voortzetten. Hij dient vormen te scheppen die de meest uitgesproken individualiteit verenigen met de hoogste mate van idealiteit en wetmatigheid, en daarbij zelfs datgene wat louter toevallig of afwijkend lijkt te onthullen als een gevolg van die wetmatigheid. Dit streven heeft de mens altijd bezield, en hieruit is de kunst voortgekomen: zij treedt op als zowel de navolger als de voortzetter van het werk dat door de natuur is begonnen."

een handige verkoper

Volgens de titel van zijn boek vormt de gulden snede de basiswet die heel de natuur en de kunst doordringt. In die natuur illustreert Zeising conflictloos in planten de geldigheid van deze wet, maar framet hij afwijkingen bij dieren in een heel ander verhaal. Waar in de kunst afwijkingen van de gulden snede “het karakter illustreren van de vooruitgang dat het vermogen bezit zich te ontwikkelen tot een nog vrijere vorm van schoonheid”, zijn de afwijkingen bij dieren “vormeloze afwijkingen als exponent van een ongebreidelde vrijheidsdrang” die hij tegenover de menselijke geest stelt. Zo hij verkoopt hij handig wat past als een zichtbare bevestiging van zijn verhaal, wat niet past als een Hegeliaanse bevestiging ervan.